Sheep Eaters

Inleiding:

Tukudika voor zijn wickiup

Tukudika voor zijn wickiup

De Tukudika-stam was een mysterieuze, aan het mystieke oog onttrokken, sjamanistische Shoshone-stam die grote spirituele krachten toegedicht werd door de andere Shoshone-stammen. Omschreven als “klein, verlegen en gastvrij” werden deze ‘Schapeneters uit de bergen’ door de Shoshone uit lager gelegen gebieden gezien als zeer krachtige medicijnmensen, omdat ze hoog in de bergen leefden waar de puha (spirituele kracht) volgens de Shoshone het sterkst was. Dit spirituele bergvolk van krachtige sjamanen, dat in harmonie met de natuur leefde, lijkt echter in wierook te zijn opgegaan. Het stoffelijke is verdwenen, maar hun kenmerkende, spirituele ‘geur’ spreekt nog altijd tot de verbeelding…

Er is weinig over hen bekend en veel informatie is tegenstrijdig, beschamend en generaliserend, of gebaseerd op verzonnen verhalen, zoals: The Sheep Eaters van William Alonzo Allen. Hun bestaan wordt zelfs ontkend door de archeologe Susan Hughes!  Zij wordt echter uitstekend van repliek gediend in Mountain Spirit, geschreven door de archeologen Loendorf en Stone. De onbegrepen en ongrijpbare Tukudika hebben ons geen geschriften nagelaten, maar wel geheimen in de vorm van verbluffende rotstekeningen. Hun Shoshone-namen zijn vrijwel onbekend. Die gaven ze niet prijs aan vreemdelingen…

Tukudika met wolfshond

Tukudika met wolfshond

De Sheep Eaters onderscheidden zich op verschillende manieren van andere indianenstammen door hun tijdelijke (seizoengebonden) boshutten, gemaakt van huiden en takken (wickiups), hun trouwe wolfshonden en hun typische kleding en huiden van zeer hoge kwaliteit die ze verhandelden. De hoornbogen van de Sheep Eaters hadden een bijna mythische reputatie. De bogen werden gemaakt van de hoornen van een dikhoornschaap of van een elandgewei. De hoornbogen werden verhit bij de Yellowstone Geisers en in hete poelen en dan gevormd tot wapens voor de jacht. De kracht van deze bogen was zo groot dat een pijl met een punt van obsidiaan (lavaglas) dwars door een buffel heen ging…

Oorsprong van de Shoshone

De Shoshone leefden duizenden jaren geleden in kleine groepen die onderling waren verbonden. Ze waren verspreid over het tussengebergte in westelijk Noord-Amerika. De verschillende Shoshone-stammen werden vernoemd naar hun hoofdvoedsel. Het Shoshone woord Tukudika verwijst naar de stammen die in de bergen rondom Yellowstone National Park leefden. De Tukudika, letterlijk: eters van vlees, werden Sheep Eaters genoemd, omdat hun hoofdvoedsel bestond uit dikhoornschapen die hoog in de bergen voorkwamen. De Agaidika (of Lemhi-Shoshone) werden Salmon Eaters genoemd, omdat ze afhankelijk waren van vis (zalm) en waterbronnen. De Tukudika en de Agaidika werden gezamenlijk Mountain Shoshone (uit de bergen) genoemd. Andere, bloedverwante stammen waren: Kuyedika (Eters van wortelgroente), Kukundika of Kutchundika (Buffeleters) en Tipatikka (Eters van pijnboompitten).

Sheep Eater mapDe Tukudika-stam was een nomadische groep die zich vermengde met andere Shoshone-stammen en later met de Bannock. Tegenwoordig valt ze onder de Shoshone Bannock tribes of the Fort Hall Reservation of Idaho. De Tukudika leefden hoofdzakelijk in het Sawtooth-gebergte van Idaho. De traditionele thuisgronden van de Tukudika bevonden zich bij de Salmon River, het zuiden van Montana, Torrey Valley en Yellowstone, Wyoming. Archeologisch onderzoek suggereert dat een Shoshone-stam, die haar oorsprong vond in de Great Basin, rond 2000-3000 BC in Wyoming en Idaho arriveerde. Mogelijk ariveerde een andere Shoshone-stam rond 1000 BC in het Yellowstone-gebied, die zich aansloot bij de andere stam(men) die millennia eerder naar Wyoming en Idaho waren vertrokken.

De spirituele wereld

lighningDe Sheep Eaters maakten geen onderscheid tussen de natuurlijke en de bovennatuurlijke wereld. Ze geloofden in het animisme: bijzondere rotsen, dieren of mensen konden worden ‘geanimeerd’ (tot leven gewekt) door een inwonende spirituele kracht. Meteorologische fenomenen en dieren werden gezien als spirituele entiteiten die het leven aanstuurden.

Het wereldbeeld van de Sheep Eaters bestond uit een spirituele hiërarchie die uit meerdere lagen bestond:

  • Sky People (Luchtvolk): ‘dondervogel‘, schreeuwuil, adelaar, kolibrie, raaf, kraai, ekster. Zij gaven mensen de gave om verloren voorwerpen terug te vinden of kraanvogels, die veel puha hadden waardoor ze grote afstanden snel af konden leggen.

De Sheep Eaters geloofden dat bliksem en onweer meteorologische manifestaties waren van gelijkwaardige, krachtige geesten. Bliksem werd geassocieerd met ‘dondervogels’, soms in de gedaante van een adelaar, maar meestal in de vorm van een kolibrie. Deze kleine geest met zijn rappe vleugels werd gezien als een bruine vogel met het verenkleed van een kolibrie. De ‘dondervogels’ konden bliksemflitsen afvuren uit hun ogen.

 

kolibrie

Schreeuwuilen werden ook geassocieerd met bliksem. Zij waren goedaardige geesten in tegenstelling tot de boosaardige wokaimunbitsch, een grote uilachtige vogel die mensen ontvoerde en opat. De wokaimunbitsch sprak en gedroeg zich als een mens, maar ’s nachts cirkelde hij rond het kampvuur en dook hij naar beneden om mensen met zijn grote klauwen te grijpen en mee te nemen naar zijn nest om aan de baby wokaimunbitsch te voeren.

  • Ground People (Grondvolk): grizzlybeer, wezel, dikhoornram waren sterke en listige wezens met ‘krachtige medicijnen’..

De reusachtige tundzoavits (geesten met een huid van rots, maar met zachte handen en hoofden) waren menseneters van drieënhalve meter en vijfhonderd pond zwaar. De mannelijke en vrouwelijke tundzoavits leefden in rotsen waar ze uit tevoorschijn konden komen om nietsvermoedende mensen te grijpen en op te peuzelen. Ze konden over het landschap reizen om te zoeken naar slachtoffers. Dit gaf hen een voordeel over de jagende watergeesten die aan het water waren gebonden.

  • Water People (Watervolk): pandzoavits, pa:unha. Dit zijn watergeesten en spookachtige verschijningen. De pandzoavits (vrouwelijke watergeesten) werden vergezeld door de pa:unha (waterbabies). De pa:unha waren gehurkte, logge wezens die bronnen, kreken, rivieren en meren bewoonden. Grotere watergeesten hadden grote handen en voeten, zodat ze mensen konden grijpen die te dicht bij het water kwamen.

De vrouwelijke watergeest Pa waip verleidde (met seksuele bedoelingen) mannen het water te betreden om ze vervolgens onder water te trekken en te verdrinken. Pa waip stuurde haar onderdaan, de schildpad, vaak het land op om klusjes voor haar te doen. Andere watergeesten schoten hun slachtoffers neer met hoornbogen en pijlen waarvan de punten onzichtbaar waren, behalve voor personen die de puha van een watergeest bezaten.

Alle geesten van hoog tot laag in de spirituele hiërarchie hadden de gave om zich te verplaatsen. De pandzoavits konden het water in geisers laten koken. Ze reisden door ondergrondse, hydraulische netwerken van geiser tot geiser. Andere geesten reisden van meer tot meer via rivieren en stroompjes en sommige geesten verplaatsten zich door grotten en scheuren in de rotsen. Ondanks hun mobiliteit waren ze gebonden aan een thuisgebied waar zij normaliter werden waargenomen en konden worden geraadpleegd.

Natuurverschijnselen zoals zon en onweer stonden bovenaan de kosmologische ladder en ratelslangen stonden onderaan de kosmologische ladder in het wereldbeeld van de Tukudika. De geesten zijn niet allemaal gelijkwaardig aan elkaar. De sterkste, de toyawo (bergmedicijn), leefde in de beboste berggebieden van het Yellowstone Park, het Absaroka-gebergte, het Wind River-gebergte en mogelijk de Bighorn Mountains.

 

Rattlesnake

In de samengevlochten werelden van het stoffelijke en het spirituele was de Allerhoogste, Tam Apo (Onze Vader), verbonden met Zon die tevens Almachtig was. Zon was door Tam Apo geschapen. Tijdens het bidden keken de Tukudika naar Zon als ze Tam Apo aanriepen. Deze Onze Vader-traditie bestond al voordat de Tukudika in contact kwamen met de blanke religies. Dit wordt ondersteund door een aloude Onze-Vader-dans in het rituele leven van de Tukudika.

Drie Zielen

De Schapeneters geloofden dat ieder individu drie verschillende zielen had:

  • Suap (Ego Ziel): adem
  • Mugua (Lichaam Ziel): hart. Activeert het lichaam als het wakker is.
  • Navushieip (Vrije Ziel): Verlaat het lichaam tijdens dromen en trancetoestanden.

De suap en mugua waren nauw met elkaar verbonden. Adem en hart waren essentieel om in leven te blijven. Als iemand kwam te overlijden, dan verliet de mugua het lichaam via de schedel en hij nam onderweg de suap met zich mee. De navushieip stond los van het lichaam en kon zich vrij bewegen. Tijdens een krachtige droom of trancetoestand (puhanavuzieip) zocht de vrije ziel naar een beschermgeest ‘om zitting te nemen’ in het leven van de persoon om als zijn bondgenoot allerlei soorten bescherming te geven. Spirituele helpers kwamen uit het luchtvolk, grondvolk of watervolk die de vrije ziel op zijn reis door de spirituele wereld tegenkwam.

Contact met de geesten

De geesten van deze drie machtige volken lieten hun silhouet achter op rotsen in de vorm van petrogliefen (rotsinscripties). De mannelijke Sheep Eaters kwamen naar deze geïllustreerde rotsen om in contact te komen met hun magische krachten. Om antwoord uit het Geestenrijk te krijgen moest de aanroeper een vast ritueel uitvoeren:

  1. Neem een bad in een meer of beek
  2. Neem een stoombad om lichaam en ziel te zuiveren
  3. Teken een rood pigment op voorhoofd en borstkas met cederhout
  4. Zit en bid de hele nacht (of meerdere nachten) voor de rotstekeningen met een laken om je heen
  5. Wacht op een bezoek van de geesten
petroglyph

Petroglief uit Torrey Valley

Als de geesten de smeekbede van de aanroeper hadden gehoord, dan kwam de nynymbi (klein persoon) tevoorschijn om de aanroeper de rots in te loodsen door scheuren in de rots die eerst ontoegankelijk leken. Eenmaal binnen in de rots moesten de nynymbi en de aanroeper gezamenlijk monsterlijke schepselen bevechten.

De nynymbi instrueerde de aanroeper hoe hij zich bij elk monster moest gedragen om het te verslaan. Soms moest de aanroeper alleen vechten tegen een monster en zijn angsten overwinnen om verder te geraken.

Vaak verschenen er schepselen die leken op dieren, in mensen veranderden of veranderden in dieren met lichaamsdelen van andere dieren. De hogere wezens die de aanroeper bovennatuurlijke krachten verleenden, stelden voorwaarden aan het gebruik van deze bijzondere krachten…

Magische krachten

Een Sheep Eater die deze spirituele zoektocht succesvol had doorstaan en spirituele gaven had verkregen, werd gezien als een púhugant. Een medicijnman of medicijnvrouw kon zijn of haar krachten op verschillende manieren gebruiken. Hij kon wijsheid verkrijgen om de zieken te genezen, hij kon zijn eigen lichaam laten ‘verstenen’ zodat het kogels en pijlen kon tegenhouden. De púhugant kon aldus uitgroeien tot een groot krijger…

shomaprock650

Shoshone map-rots

De Sheep Eaters geloofden dat ziektes werden veroorzaakt door onzichtbare pijlen die in het lichaam werden geschoten door kwade geesten. De sjamaan drukte een buisvormige pijp tegen de gekwetste plek en zoog het kwade medicijn uit het lichaam. Alleen een sjamaan met pandzoavits-krachten kon de onzichtbare pijlen in het lichaam zien en verwijderen via zijn zuigpijp. Een bekende sjamaan die deze krachten bezat, maar naar het schijnt voor kwade zaken gebruikte, was Togwotee (spreek uit: Togoetie). Vele Shoshone waren als de dood voor hem…

Religie en spirituele genezing waren onlosmakelijk met elkaar verbonden als een Siamese tweeling. Een healing was zowel religieus als spiritueel. Een beschermgeest werd opgeroepen om de genezing te ondersteunen. Tevens werden planten en mineralen gebruikt om de genezing te bevorderen. De dodelijke toyatawura-plant werd vaak genoemd en geroemd als een extreem krachtig medicijn. Het kon alleen worden geplukt bij zonsondergang (want anders vlogen de vonken ervan af) en een medicijnman moest er vlakbij op de grond gaan liggen en tot de plant bidden voor zijn hulp.

De geest van de plant verscheen als een menselijke gedaante in een visioen van de persoon die een stukje van zijn plant in zijn bezit had. De geest vertelde de zoeker wat hij moest doen om het medicijn succesvol te kunnen gebruiken. Het kon worden gebruikt om iemand onzichtbaar te maken of om kogels en pijlen te onderscheppen voordat ze doel troffen. De baan van de afgevuurde kogel of pijl kon worden afgebogen naar iemand anders of naar een dier door te zeggen: “Ik wil dat dier raken” of: Ik wil dat hij sterft”.

De belangrijkste functie echter van de toyatawura was dat het als een lustopwekkend middel werd gebruikt om het andere geslacht te veroveren. De waípepuhagant (man) of tïnapöpuhagant (vrouw) kon deze puha gebruiken om het andere geslacht als het ware naar zich toe te trekken. De toyatawura met haar rode, gele of blauwe bloemen kwam alleen voor hoog in de bergen. De Sheep Eaters werden daarom gezien als mensen met bijzondere krachten, omdat zij leefden in terreinen waar de puha het sterkst was.

Rituele dansen

Lemhi dancer

Lemhi-Shoshone danseres

Dansen was voor de Tukudika een uiterst serieuze, religieuze en spirituele onderneming. Het versterkte de band met de natuur, het zorgde voor een sociale band en het diende als genezingsproces. De mensen dansten en zongen om harmonie te scheppen tussen zichzelf en de natuurkrachten om hen heen. Om de wezens te eren met wie zij gezamenlijk het universum bevolkten. Om overvloed aan voedsel te verzekeren en om sterk te worden. De stoffelijke en de spirituele wereld waren één (Aarde-Lucht dualiteit).

Cirkeldansen werden uitgevoerd bij bijzondere gelegenheden, bijvoorbeeld in de lente om het gras te laten groeien zodat de jonge dieren groot en sterk konden worden. De zijwaartse ‘Vaderdans’ (Apunakan) werd aangewend om de mazelen te bestrijden die de blanken met zich meebrachten tussen hun bijbels…

De ondergang

Europeanen kwamen het gebied van de Sheep Eaters binnen in 1824. Amerikaanse en Engelse pelsjagers jaagden er in 1840 fanatiek op bevers en in 1860 werd er goud ontdekt. Het grondgebied van de Tukudika werd vervolgens overspoeld met mijnonderzoekers. Het aantal Tukudika en Lemhi-Shoshone, waartoe Sacagawea en Cameahwait behoorden, werd rond 1860 geschat op 1200 door Indian Agents. In februari 1879 werden vijf Chinese mijnwerkers vermoord bij Loon Creek en twee ranchers werden in mei vermoord bij de zuidelijke vork van de Salmon River (The River of no Return). De ranchers hadden indianen ingehuurd voor werkzaamheden, mishandelden hen en gaven hen geen geld voor hun geleverde arbeid, waarop de indianen in grote woede ontstaken en de twee ranchers doodden…

Zonder ook maar enige vorm van bewijs kregen de Sheep Eaters de schuld en de US Cavalry viel hen aan in wat nu de Sheep Eater War van 1879 wordt genoemd. Later bleek dat blanke bewoners (verkleed als indianen) verantwoordelijk waren voor de moord op de Chinese mijnwerkers om hun goud te stelen. Verschillende keren werden de driehonderd Sheep Eaters door het leger omsingeld, maar bij het aanbreken van de dag waren ze telkens weer in rook opgegaan. Ze waren nergens te bekennen…

[slideshow_deploy id=’821′]

Uiteindelijk gaven eenenvijftig Tukudika zich over om overgebracht te worden naar het Fort Hall-reservaat. De overige Tukudika wisten uit handen van het leger te blijven om nog tientallen jaren hun oeroude levenstradities in relatieve rust in ere te houden. De Tukudika in het Fort Hall-reservaat vermengden zich in de periode 1875-1900 met de Lemhi-Shoshone en de Bannocks. Gezamenlijk worden ze tot op de dag van vandaag gezien als één stam van de Noordelijke Shoshone. De tweehonderdvijftig ‘vrije zielen’ uit de Sawtooth Mountains hebben hun wickiups en petrogliefen achtergelaten in de stoffelijke wereld, maar de geheimen van hun eeuwenoude cultuur hebben de Sheep Eaters meegenomen op hun spirituele reis naar Tam Apo…

Bronnen:

Mountain Spirit – Lawrence Loendorf & Nancy Stone

Restoring a Presence: American Indians and Yellowstone National Park – Peter Nabokov & Lawrence Loendorf

The Sheep Eaters – William Alonzo Allen

http://www.duboismuseum.org/sheepeater.htm

http://www.mtpioneer.com/archive-July-sheep-eater.htm

http://sheepeaterpetroglyphs.weebly.com/sheep-eaters.html

http://www.nps.gov/yell/naturescience/upload/part1.pdf – Susan Hughes

http://www.trailtribes.org/lemhi/whos-who.htm