Captain Jack

Kinpuash Captain Jack

Kintpuash Captain Jack

Kintpuash (Strikes The Water Brashly) werd omstreeks 1837 geboren in het dorpje Wa’Chamshwash aan de Lost River. Hij behoorde tot de Modocs (‘Zuidelijken’), hoewel de Modocs zichzelf Maklaks (Mensen) noemden. De bijnaam Captain Jack kreeg hij van de blanken rondom Yreka. De Modocs leefden rond een aantal meren: Tule Lake, Goose Lake, Clear Lake, Klamath Lake, in het noorden van Californië en het zuiden van Oregon. Het leefgebied in het zuidelijke deel van het Cascadegebergte was 160 km lang, 40 km breed en bestond uit moerassen, meren, rivieren en kabbelende beekjes.

De Modocs waren voornamelijk vissers, jagers en handelaars (rond 1830 ook in slaven in ruil voor paarden…). De vrouwen maakten prachtige gevlochten manden die werden geruild tegen andere goederen. ’s Zomers woonden ze in koepelhutten op palen en ’s winters leefden ze semi-ondergronds in lavatunnels. De Modocs hadden een gevarieerd uitzicht: In het westen het Cascadegebergte, in het oosten de woeste alkalivlaktes, bossen met torenhoge Ponderosadennen in het noorden en eeuwenoude lavabedden in het zuiden.

 

Het rustieke leven van de Modocs werd ruw verstoord, toen na 1848 de goudkoorts en de succesvolle expedities (1842-1848) van John Charles Frémont en Kit Carson goudzoekers en kolonisten verleidde om hun geluk te beproeven in het land van de Modocs in zuidelijk Oregon en noordelijk Californië.

Na 1850 trokken kolonisten via de Oregon Trail en de Applegate Trail het Modocgebied binnen. Zij pikten zonder blikken of blozen het vruchtbare land van de Modocs in. De trotse Modocs verzetten zich hevig, waarop de blanke kolonisten hen probeerden uit te roeien. De Modocs namen wraak door aanslagen te plegen op de kolonisten. Vrouwen en kinderen werden niet gespaard. Captain Jack groeide op in deze onrustige tijd. In tegenstelling tot zijn vader wilde hij in vrede leven met de blanken. Hij zou al snel zijn vader opvolgen als een van de leiders van de Modocs onder hoofdman Old Schonchin. Jacks vader sneuvelde in 1852 tijdens de eerste schermutselingen met de blanken…

Voor en tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) regen de conflicten zich aaneen. Een onschuldig vissersdorp van de Dokdokwas (Klamath) werd in 1846 uitgeroeid door Frémont en Carson als vergelding voor de dood van pelsjager Basil Lajeunesse, een goede vriend van Carson. Kolonisten werden in 1852 vermoord door de Pit River-stam, waarop een Europees-Amerikaanse militie wraak nam op een Modoc dorp. Kintpuash overleefde het bloedbad, maar verloor een deel van zijn familie, waaronder zijn vader.

In september 1852 namen de Modocs wraak door kolonisten die op weg waren naar een nieuwe bestaan in Californië af te slachten en gruwelijk te verminken. De plek waar het gebeurde wordt sindsdien Bloody Point genoemd. Een Californische militie o.l.v. de beruchte Indianenhater Ben Wright nam vervolgens wraak door 40 Modocs tijdens een (nep) vredesoverleg te doden.

King's Creek

King’s Creek

In 1864 eiste de overheid het land op en zij stelde een reservaat in voor de Modocs op het grondgebied van de Klamath (‘Noordelijken’ en aartsvijand van de Modocs). Chief Old Schonchin accepteerde de voorwaarden, maar zijn jongere broer Schonchin John en Kintpuash weigerden en vertrokken. In 1869 verliet Kintpuash met zijn aanhang het Lost River-gebied, na overleg met de vredescommissie o.l.v. Alfred Meacham. Toen er echter plots soldaten verschenen tijdens het overleg vluchtten de Modocs al schietend uit de vredesonderhandelingen. Hun vrouwen en kinderen lieten zij achter en die werden prompt afgevoerd naar het reservaat. Queen Mary, de zus van Captain Jack, slaagde er echter in om haar broer over te halen om in het Klamath-reservaat (Modoc Point) te komen wonen.

De Modocs werden zeer slecht behandeld in het reservaat door de Klamath-stam en de corrupte overheid die haar afspraken niet nakwam. De Modocs kregen geen kleding, geen voedsel en het hout voor hun huizen werd gestolen door de Klamath. Captain Jack en zijn Modocs verlieten het reservaat en keerden terug naar Lost River, dat inmiddels door de blanken was ingenomen.

Thomas Benton Odeneal

Thomas Benton Odeneal

 

Tijdens de crisis werd Meacham vervangen door Thomas Benton Odeneal die amper op de hoogte was van het conflict en het bestaan van de Modocs (hij was een pion van de overheid). Odeneal verzocht in november 1872 Majoor John Green genoeg troepen te verzamelen om Captain Jack naar het reservaat te escorteren. Na een dispuut tussen Scarfaced Charley en Luitenant Frazier Boutelle en een ‘uitwisseling van kogels’ escaleerde de boel en gingen de Modocs ervandoor. Majoor Green zou later een eremedaille ontvangen voor zijn heroïsche bijdrage aan de Modoc-oorlog.

 

 

 

hooker_jimHooker Jim en zijn mannen trokken zich terug richting de Lavabedden ten zuiden van Tule Lake, waar ze een aantal (vriendelijk gezinde) kolonisten doodden die op hen hadden geschoten. Als vergelding voor “de baby die uit een moeders armen was geschoten”, werden 18 kolonisten in koelen bloede vermoord. Tot ontsteltenis van Captain Jack. Een militie o.l.v. Jump Off Joe Mcalester zette de jacht in op Hooker Jim, maar de militie werd compleet afgeslacht. Captain Jack kon zich overgeven zonder gevolgen als hij Hooker Jim en zijn mannen zou uitleveren, maar Captain Jack weigerde zijn mannen op te offeren. De Modoc-oorlog was geboren.

 

Na de slag om Lost River trokken 53 Modoc-krijgers zich met hun families terug in het labyrinth van de Californische lavabedden, het ondergrondse, vulkanische hoofdkwartier van Captain Jack. Een surrealistische wentelwereld van 500.000 jaar oud, compleet met lavatunnels, fumarolen, kraters, grotten en vulkanische velden, waar de Modocs maandenlang strijd leverden met het leger.

Tussentijdse vredesonderhandelingen werden na het doodschieten van Generaal Canby op Goede Vrijdag door Captain Jack (gedwongen door Hooker Jim) gestaakt. Het leger intensiveerde de jacht op de Modoc-rebellen. Gedurende de Modoc-oorlog zouden er in totaal duizend soldaten van het leger deelnemen aan de jacht op Captain Jack, maar het was uiteindelijk verraad uit eigen gelederen dat hem op de knieën kreeg. Hooker Jim en zijn kornuiten, notabene de aanstichters van het gewapend verzet, de wraakacties en de veroorzakers van de Modoc-oorlog, verraadden Captain Jack.

 

Clear Lake

Clear Lake

Generaal Jefferson C. Davis gaf hen bescherming en in ruil voor amnestie spoorden Hooker Jim en zijn mannen Captain Jack op die zich schuil hield nabij Clear Lake. Hij weigerde zich echter over te geven aan de verraders. Na een intensieve jacht van een paar dagen door het leger, gaf Captain Jack zich uitgeput over.

In oktober 1873 werd hij samen met Schonchin John, Boston Charley en Black Jim na een schertsproces in Fort Klamath opgehangen. De hoofden werden van het lichaam gescheiden en overgebracht naar het Army Medical Museum in Washington en in 1898 verplaatst naar het Smithsonian Instituut. In 1984 zijn de hoofden teruggegeven aan de nabestaanden.

 

Toen het touw om de nek van Captain Jack werd geplaatst, vroeg een priester hem of hij naar de hemel wilde. Jack vroeg hem om deze hemel te beschrijven. De priester zei dat de hemel een fantastische plek was waar hij na zijn dood naartoe kon gaan om dichtbij God te zijn. Jack antwoordde: “Als deze hemel zo’n fantastische plek is, dan krijgt jouw familie 100 pony’s van mij als jij mijn plek hier inneemt”.

De rest van de Modocs werd gedeporteerd in treinwagons, bedoeld voor het vervoeren van vee. De mannen en de jongens werden vastgeketend. De Modocs werden 24 uur per dag door soldaten bewaakt. De hellereis per trein ging eerst richting Wyoming en vervolgens naar Nebraska en het eindpunt Baxter Springs in Kansas. 2000 km in de winter in koude wagons, slechts gekleed in schamele kleedjes en amper wat te eten…

In Kansas verging het de Modocs niet veel beter. Ziektes, een gebrek aan voedsel, kleding en medische voorzieningen, decimeerden de kleine Modoc-bevolking. Met dank aan het plaatselijke (wan)bestuur, dat onder leiding stond van de corrupte Quaker Hiram W. Jones. De streng-gelovige Quakers namen deel aan de culturele genocide op de Indianen…

Generaal Sherman

Generaal Sherman

 

Dankzij de steun van charitatieve organisaties konden de Modocs overleven. Generaal William T. Shermans vurige wens was ‘om geen man, vrouw of kind van de Modocs in leven te laten, zodat de naam Modoc voor altijd zou verdwijnen’. Wrede woorden van de man wiens tweede voornaam Tecumseh is. Zijn vader had hem vernoemd naar het iconische opperhoofd van de Shawnee

Los van de vier opgehangen mannen verloren slechts 13 van de 53 krijgers het leven tijdens de Modoc-oorlog tegen 73 doden van het leger. De militaire operatie waarbij 1000 soldaten werden ingezet, kostte iets van 400.000 dollar. Het enige dat de Modocs verlangden tijdens de vredesbesprekingen was een eigen reservaat dat ongeveer 20.000 dollar zou kostten…

 

Het verdrag van 1864 kostte de Klamath 81.000 km2 grondgebied en het recht om te vissen, jagen, vallen te zetten en te profiteren van de opbrengsten van het land en de wateren. In 1954 werden de bewoners van het Klamath Reservaat niet meer als volk erkend, waardoor ze 1,8 miljoen hectare van hun reservaat in moesten leveren. In 1986 werden ze weer als volk erkend, maar hun grondgebied kregen ze niet terug.

In 2001 probeerden Californië en Oregon de waterrechten voor zich op te eisen, maar de rechtbank erkende de rechten van de verenigde Klamath en hun traditionele wijze van vissen in het Klamath Bassin. In 2006 laaide de strijd om de waterrechten weer op. De Klamath willen dat de stuwdammen op de bovenrivieren worden vernietigd, omdat ze de zalmpopulatie drastisch verminderen.

Er zijn plannen voor een nieuw reservaat. De Klamath-stammen hebben een overeenkomst gesloten om 360 km2 van het Mazamabos terug te kopen met behulp van een speciaal fonds: The Trust for Public Land.