Geschiedenis van Whist

Whist (1600-1900)

Partijtje Whist

Partijtje Whist

Het eeuwenoude kaartspel dat net als Atlantis bezweek onder de vloedgolven van haar eigen succes. Moeder Whist stond aan de wieg van het jonge Bridge aan het begin van de 20e eeuw om vervolgens ras opgeslokt te worden door haar hongerige troonopvolger. Haar tijd was gekomen. Drie eeuwen lang had zij zich in haar eigen tempo ontwikkeld tot zij het toonaangevende kaartspel van de 19e eeuw in Europa en de Verenigde Staten werd. Hier past slechts stilte…

“Whist is het favoriete vertier in alle lagen van de bevolking en vooral bij mensen met een grote intelligentie en bekwaamheid. Het verschilt van andere kaartspellen omdat het de menselijke intelligentie aanspreekt en om de kansen die het biedt aan mentale vaardigheden. Een groot man zei ooit eens: Als een Minister-President moet worden gekozen, test hem dan op zijn Whist-vaardigheden zodat we zijn kwaliteiten goed kunnen beoordelen.

Whist bevat een immense variatie die ontstaat uit een hele eenvoudige basisstructuur. Het is een simpel kaartspel waarbij je slagen haalt op basis van een paar spelregels die een kind in een paar minuten kan leren. Maar de wijze waarop je zoveel mogelijk slagen binnenhaalt, is een vraagstuk dat de knapste koppen al eeuwen bezighoudt. Whist is een combinatie van geluk en vaardigheden met een grote verscheidenheid aan verdelingen die zeer complex kunnen zijn.” – Dr. William Pole in The Evolution of Whist (1895).

De vroege geschiedenis (1529-1730)

Whist is van Engelse afkomst en haar vroege geschiedenis is redelijk obscuur. Een spel met een duister verleden dus… Via Triomphe (Trump), Ruff, Ruff and Honours (Slamm), Whisk, Whisk and Swabbers ontstond een ruwe vorm van Whist ca. 1663. Het spel ontwikkelde zich langzaam en onderging vele veranderingen. Rond 1680 waren er vier kaarten in Whist met speciale privileges (Honours): hartenaas, klaverboer, troefaas en troeftwee. Deze kaarten werden veelal voor gokdoeleinden gebruikt (vanwege het toeval) en zij stonden bekend als ‘swabbers’, volgens de edelachtbare Daines Barrington.

Trump en Ruff

Trump (ca. 1529) bezat het belangrijkste kenmerk van het latere Whist, namelijk: Troef. Aan het begin van de 17e eeuw werd Trump bekend onder de naam, Ruff (ca. 1600). Trump/Ruff onderging een aantal veranderingen. De speciale privileges werden nu toegekend aan de vier hoogste troeven: AHVB. Dit is mogelijk uit het oude kaartspel Les Honeurs overgenomen. Het oude Duitse kaartspel Karnüffel (ca. 1428) is het oudste, geïdentificeerde kaartspel in Europa waarin een (halve) troefkleur werd gebruikt en waarbij speciale privileges werden toegekend aan vier specifieke kaarten, maar alleen in speciale gevallen. Ruff veranderde door het toekennen van deze bevoorrechte honneurs in Ruff and Honours (ca. 1600-1620).

Een set ging tot negen gewonnen punten. Drie honneurs in troef in de gecombineerde handen van de leider en zijn partner telden voor twee punten en alle vier honneurs telden voor vier punten. De aanwezigheid van de hoge troefhonneurs in de gecombineerde handen maakten het (gok)spel populair, omdat het toeval een grote invloed had op de uitslag. Ruff and Honours was de ongepolijste versie van de toekomstige diamant Whist…

Whisk

In het begin van de 17e eeuw leidden verdere veranderingen in Ruff and Honours tot het kaartspel met de obscure naam Whisk (ca. 1621). Whisk betekent letterlijk kleine bezem of borstel en het werkwoord betekent: snel wegvegen en in de gebiedende wijs vraagt het om stilte. Tevens werd Whisk gezien als een spottend synoniem voor het woord Ruff (de opstaande kraag op het dure doublet die ‘de gerimpelde nekken van de aristocraten’ bedekt). Whisk in de vulgaire betekenis van ‘bezemkop’. De gespeelde kaarten werden in tegenstelling tot Bridge op een hoop gegooid en weggegrist door de speler die de slag had gewonnen. Net als bij het tachtigen en het klaverjassen…

De oerversie van Whist

In 1663 was Whisk geëvolueerd tot Whist met dezelfde betekenis. De spelers moesten stilte betrachtten bij de uitvoering van dit intellectuele kaartspel dat veel concentratievermogen vereiste. Whist werd in 1674 voor het eerst beschreven in The Compleat Gamester van Charles Cotton. Het oorspronkelijke Whist leek veel op Ruff and Honours, maar er lagen geen kaarten op stok. De tweeën werden verwijderd uit het spel en de laatste kaart bepaalde de troefkleur. Dit Whist was een kroegspel dat voornamelijk werd gespeeld door de lagere kringen en dan voornamelijk door valsspelers en oplichters…

Whisk and Swabbers

Na weer nieuwe aanpassingen ontstond in 1682 een andere variant van Whist met de naam Whisk and Swabbers, dat een humoristisch synoniem voor Ruff and Honours lijkt. Deze Whist-variant was in 1682 het meest populaire spel. Swabbers verwijst naar de vier hoogste honneurs in troef die speciale privileges hebben (ze tellen mee voor de punten). Het oude Whist bleef echter gewoon bestaan en werd gespeeld door haar fanatieke aanhangers die niets moesten hebben van de veranderingen die Whisk and Swabbers met zich meebracht. De valsspelers, de oplichters en de gokkers…

De Europese rage

In de periode 1700-1750 was Europa in de ban van een pakje kaarten. Het kaartspel werd een rage en in alle lagen van de Europese bevolking werd fanatiek kaartgespeeld, ondanks de torenhoge belasting die er rustte op een pak speelkaarten. Whist, het kaartspel voor de plebs, werd aan het begin van de 18e eeuw nog steeds genegeerd door de High Society. De ‘smart set’ prefereerde Piquet, het Franse kaartspel uit de 16e eeuw. De adellijke dames gaven de voorkeur aan het Spaanse Ombre, een kaartspel voor drie. Er ontstond een populaire Ombre-variant voor vier spelers, Quadrille dat een brug vormde tussen Ombre en de oerversie van Whist. Quadrille-wedstrijden werden in 1930 nog steeds georganiseerd…

De Whistdokters

Lord Folkestone

Lord Folkestone

Tijdens de Verlichting ontstonden er rond 1730 de eerste intellectuele ontmoetingen in kroegen en koffiehuizen. Een van deze koffiehuizen was de Crown Coffee-house waar de intellectuelen Lord Folkestone I, Daniel Jones (de broer van Henry ‘Cavendish’ Jones) en mogelijk Edmund Hoyle het uitdagende kaartspel Whist nader wilden onderzoeken. Lord Folkestone (echte naam: Sir Jacob de Bouverie) was de eerste die in 1728 een systematische studie van Whist aanmoedigde. Whist werd onder de loep genomen, ondanks het feit dat het kaartspel een zeer slechte reputatie had.

Na grondige bestudering kwamen de heren tot de ontdekking dat Whist een meerwaarde had en zij stelden de eerste grondbeginselen vast: kom uit van je langste kleur, bestudeer partners hand net zo aandachtig als je eigen hand, zet partner niet in een dwangpositie en let op de score! Het jaar 1730 wordt door deze eerste serieuze bestudering daarom ook wel gezien als de geboortedatum van het authentieke Whist.

Edmund Hoyle

Edmond Hoyle

Edmund Hoyle

Edmund Hoyle (‘Professor Whiston’) borduurde voort op de conclusies van 1730 en legde zijn bevindingen vast in zijn in 1742 verschenen boek: A Treatise on Whist. Hij zag de grote potentie van dit kaartspel al vroeg in en de kwalijke invloed die valsspelers hadden op onschuldige liefhebbers om ze geld uit de zakken te troggelen. Hoyle wilde de regels en de grondbeginselen van Whist schriftelijk vastleggen, het spel populair maken voor alle lagen van de bevolking, inclusief de adel, en de valsspelers uitbannen. Om dit doel te bereiken besloot hij om professioneel les te gaan geven. Zijn boek bleek immens populair en Whist werd uit het verdomhoekje gehaald. Rond de tijd dat het boekje uitkwam waren er echter alweer veranderingen doorgevoerd in Whist…

De benodigde score werd verhoogd van negen naar tien punten en de kaarten op stok werden afgeschaft. De tweeën werden weer toegevoegd, zodat elke speler dertien kaarten kreeg. De introductie van de ‘odd trick’ (elke extra slag boven zes levert een punt op) kreeg gestalte. De kaarten werden vanaf nu een voor een rondgedeeld en niet meer als 4-4-5. Whist, zoals beschreven door Hoyle, is de vorm van Long Whist zoals het vanaf nu altijd zou worden gespeeld. Long Whist werd ook wel Hoyle’s Whist genoemd. Rond 1752 werd Long Whist, dankzij A Treatise on Whist, razend populair en in 1754 werd Whist opeens ook zeer goed ontvangen in de adellijke kringen. De dames beschouwden het als een zeer welkom koninklijk tijdverdrijf. Want vrije tijd, die hadden ze genoeg…

Overzees succes

In 1758 begonnen ook de universitaire Cambridge-studenten te ‘whisten’. Toen Edmund Hoyle in 1755 stopte met lesgeven, namen Thomas Payne en Thomas Matthews zijn werk succesvol over. Rond 1804 was Whist extreem populair. Het Engelse vuur sloeg over naar Frankrijk waar het o.a. werd gespeeld door Louis XV, Marie Louise van Oostenrijk, Joséphine de Beauharnais, Charles Maurice de Talleyrand-Périgord en Napoleon. Na de Franse Revolutie van 1789-1799 werd Whist enthousiast opgepakt in Frankrijk. De grootste Whistspeler aller tijden kwam uit Ville-d’Avray, vlakbij Versailles: Alexandre Deschapelles 1780-1847. Een fantastische speler met een verbluffend inzicht in de kaarten. Zijn opoffering van een hoge honneur om een kleur van partner vrij te spelen staat bekend als de Deschapelles Coup en is nog altijd van toepassing in het huidige Bridge. Meer over Deschapelles op zijn eigen pagina…

Short Whist

Begin 1800 vond er een belangrijke verandering plaats, de introductie van Short Whist. Wie het eerst vijf punten scoort, wint. Deze halvering van Long Whist bleek een schot in de roos te zijn, om maar eens een dartsterm te gebruiken. Short Whist was een levendig spel; het verhoogde de spanning, het toeval speelde een nog grotere rol, het duurde niet zo lang als Long Whist en je moest je goed concentreren. In de periode 1809-1850 verdrong Short Whist Long Whist in de hogere kringen waar het nog maar zelden gespeeld zou worden.

Charles Barwell Coles beschreef het verschil tussen beide Whistvarianten op humoristische wijze in zijn Short Whist: its rise, progress and laws (1834): “Vier Whist-experts speelden in de chique lounge van een Welsh Baronet een robber in Short Whist, terwijl de kok ondertussen het eten klaarmaakte. Een robber moest binnen het uur afgelopen zijn, want de Welsh baronet wilde zijn kreeft gloeiend heet opgediend krijgen. Bij een robber Long Whist zou de kreeft in de tussentijd koud zijn geworden of al bedorven zijn voordat het spel afgerond was.”

Een wetenschappelijke benadering

De volgende fase in de evolutie van Whist vond plaats in de periode 1860-1870 toen Hoyle’s Whist wetenschappelijk werd benaderd en beschreven: theoretische grondbeginselen en wijzigingen in de praktische structuur. Het spel en het lesgeven werd eenvoudig(er) te leren. De kennis kon veel beter worden uitgedragen over een groter bereik. Dankzij de interesse en de deelname van de hogere intellectuelen werd het spel steeds verfijnder.

Henry Jones

Rond 1850 interesseerde een groep studenten aan de Cambridge universiteit zich voor het intellectueel uitdagende kaartspel Whist en ze wilden het wetenschappelijk onderzoeken. Een paar jaar later, nadat ze waren afgestudeerd, kwamen ze bij elkaar in een herenclub om het spel nader te onderzoeken en alle mogelijkheden, bijzonderheden en moeilijkheden minutieus vast te leggen. Een van deze afgestudeerde intellectuelen was Henry Jones, een voormalig student van St. Bartholomew’s Hospital, die later onder de naam Cavendish, de grote autoriteit op het gebied van Whist en Auction Bridge zou worden. Hun grote hoeveelheid gegevens werd echter nooit uitgegeven in boekvorm. De manuscripten werden door Henry Jones (foto) in een vergeten la gestopt, totdat William Pole een artikel over kaartspellen (Piquet, Quadrille en Bézique) schreef voor Macmillan’s Magazine in 1861.

In zijn artikel deed hij een oproep aan de Whistexperts om speldiagrammen van Whist met voetnoten te publiceren, net zoals de schakers deden. Henry Jones zag de oproep en reageerde. Na vele communicaties tussen beide auteurs, publiceerde Cavendish in 1862 een boekje over de grondbeginselen van Whist, de hoofdpunten van de vernieuwingen en de (innovatie van) speldiagrammen, gebaseerd op het pionierswerk uit de vergeten la. Het boekje was zeer succesvol, hoewel het niet echt een samenhangend geheel vormde.

Dr. William Pole combineerde de ontwikkeling van Hoyle’s Whist, met het werk van ‘Cavendish’ en James Clay om de mechanieken en dynamieken van Whist te verklaren. Hij kwam tot de conclusie dat de effectiviteit van het spel werd bepaald door het partnerschap en hoe zij elkaars kaarten konden laten promoveren tot slagen. De ontwikkeling van de lange kleur en hoe de troeven daartoe kunnen worden ingezet vormde een belangrijk onderdeel; net als hoogste van een serie en kleintje belooft plaatje. Hij verdiepte zich vervolgens in de kansberekening, net zoals Hoyle voor hem deed. Professor Dr. Pole was een veelvuldig onderscheiden ingenieur met vele eretitels, een uitmuntend schrijver, musicoloog en hij benaderde Whist vanuit een wetenschappelijk-filosofische visie. Een rubber Whist werd door hem op latere leeftijd vriendelijk geweigerd, omdat hij zichzelf niet meer tot het niveau van weleer in staat achtte. “Ik zie mezelf als een aanwijsbord voor anderen langs de snelweg, maar niet meer in staat om het zelf te volgen…

De systematische verbeteringen werden vastgelegd. Vanaf nu kon het door alle ‘Whisters’ worden bestudeerd en was het niet langer een speeltje van de intellectuelen. Whist werd tevens aantrekkelijk voor de jongere generaties. Het was niet langer het spel voor de oudjes, ‘de vieillesse der mensdom’. Het werd nu een favoriete studie van de energieke jeugd en jongedames speelden het met veel plezier. Er kwamen ook vele vrouwelijke Whist-leraressen (in Amerika) die het spel aan hun studenten leerden, waaronder de vermaarde Whist-Queen Kate Wheelock.

Het Moderne Whist rond 1870

De ‘Laws of Whist’ werden, nu Short Whist de meest populaire variant was, door de inzet van John Loraine Baldwin herzien en gecodificeerd. Deze spelregels van Short Whist zijn nog altijd de regels van het Whist in Engeland. De Amerikanen lapten de Engelse regels echter aan hun cowboylaars en speelden hun eigen versies van Whist. Naar het schijnt speelden zij meer uit liefde voor het spel en waren ze niet zo goklustig ingesteld als de Engelse Whistspelers…

Troefecho

Cavendish bedacht in 1874 de troefecho. Partner kan aangeven hoeveel troeven hij mee heeft: meer of minder dan drie. Later werd er nog een sub-echosignaal aan toegevoegd. Partner kan nu aangeven dat hij exact drie troeven heeft. Het tijdperk om zoveel mogelijk informatie over partners hand te verkrijgen was aangebroken. Sommige sterke spelers vonden dat het spel hierdoor te makkelijk werd en waren tegen dit soort signalen. In 1885 bedacht Cavendish hoe je de lange kleur door partner kunt laten deblokkeren aan de hand van de uitkomst (vierde van boven) en hoogste van een serie. Vele noviteiten werden in deze periode door Cavendish bedacht m.b.t. uitkomstsignalen.

Lord Henry Bentinck

Lord Henry Bentinck

Rond 1885 kregen de ontwikkelingen omtrent het partnerschap algemene bekendheid. Het troefsignaal was in vogue: hoe kan ik partner signaleren dat hij troef moet komen? Een onnodig hoge(re) kaart, gevolgd door een lagere kaart vraagt om een troefswitch. Dit werd toegeschreven aan Lord Henry Bentinck die het oude signaal nieuw leven inblies door het conventioneel en standaard toe te passen, zowel met de hoogste als met de laagste kaarten. Deze kleine conventie gaf de lage kaarten (2,3,4,5) een grotere betekenis en spelers moesten zich nu concentreren en goed op de kleintjes letten. Het spel werd daardoor een stuk spannender.

Admiraal Burney was dit ‘monsterlijk gedrocht’ al eens opgevallen in 1821 en vond dat dit soort sluiersignalen afbreuk deed aan de eenvoud, de beleving en de integriteit van Whist. Dit signaal werd ook wel Blue Peter genoemd (scheepsterm voor de man met de blauwe lamp die signaleert naar andere schepen of naar de kust). In de ruwe variant van Whist betekende een hoog/laag-signaal dat partner een introever wilde, net als tegenwoordig weer het geval is…

 

Nicholas Trist

Nicholas Trist

In 1883 bestudeerde Nicholas Browse Trist uit New Orleans de uitkomst en hij kwam tot de conclusie dat de vierde van boven een simpele en effectieve manier van seinen was waarbij partner de andere kaarten van de uitkomstkleur kon uitrekenen. Dit werd The American Lead genoemd, de Amerikaanse uitkomst. Acht jaar eerder was vierde van boven overigens al eens gesignaleerd en besproken in een Engels krantenbericht…

Trist bedacht tevens een signaal om kleurlengte aan te kunnen geven d.m.v. de aangesloten honneurs: speel de hoogste van een serie om een vierkaart aan te geven en de lagere van een serie om een vijfkaart aan te geven. Na overleg met Engeland (Cavendish) werd het toegevoegd aan de Whistregels.

De Amerikaanse opvatting

In Amerika had men niet zoveel op met Short Whist, omdat het teveel van geluk afhing. Aan deze kant van de oceaan speelde men tot zeven punten en aan de troefhonneurs werden geen punten toegekend. De speciale privileges werden afgeschaft. Deze vorm van Whist noemen we Straight Whist. De Amerikanen wilden de geluksfactor zoveel mogelijk beperken. Alles diende te draaien om de vaardigheden van de bedachtzame speler.

John T. Mitchell

John T. Mitchell

Een andere vorm van Whist die in Amerika veelvuldig werd gespeeld, was het vernieuwde Duplicate Whist. Een bijzonder systeem uit 1857, dat nieuw leven in werd geblazen door James Allison in Glasgow, Schotland. De spelers gooiden hun gespeelde kaarten niet meer op een hoop, maar legden ze neer op de manier zoals we gewend zijn bij Bridge. Dat was toen een noviteit. In het begin van Duplicate moesten de gespeelde kaarten worden genoteerd en dat is een beetje lastig als de kaarten op een hoop worden gegooid. Volgens John T. Mitchell werd er in 1840 een Duplicate Whist gehouden in Berlijn en Parijs, maar zijn dubieuze claim wordt met klem ontkend door Cavendish en Robert F. Foster. Volgens Cavendish was dit Franse fictie, aangezien Fransen geen Whist spelen, maar hoofdzakelijk Dummy Whist…

Rond 1889 kwam Duplicate Whist weer in zwang omdat er een systeem was bedacht dat alle Whistspelers in staat stelde om op een eenvoudige wijze Duplicate te spelen, net zoals ze gewend waren bij Straight Whist. John Templeton Mitchell, bijgenaamd: ‘De Vader van Duplicate Whist’, ontwikkelde de Mitchell Duplicate voor paren en viertallen en deze methode bleek zeer succesvol. Mede dankzij de ‘Kalamazoo Tray’… Mitchell introduceerde in 1892 het Progressive Duplicate Whist en dit werd opgenomen door de American Whist League. Zijn Mitchell Duplicate wordt nog altijd gehanteerd. Het was het begin van de viertallenwedstrijden die nog steeds zeer populair zijn in het moderne kaartspel Bridge…

In 1890 werd er voor het eerst een Whisttoernooi gespeeld in Amerika. Voor het toernooi begon werd er een Whistcongres gehouden en werd The American Whist League opgericht. Elk jaar werd er een congres gehouden en werden de spelregels aangepast en verbeterd. Er waren veel sterke Whistspeelsters in Amerika in tegenstelling tot Engeland. Whist Queen Kate Wheelock was de bekendste speelster en lerares. De systematische aanpak van Whist sprak de vrouwen zeer aan in Amerika.

Kate Wheelock

Kate Wheelock

Na het eerste congres beleefde Whist een opmerkelijke opleving. Amerikaanse Whistspelers waren zeer fanatiek en bestudeerden ijverig de theorie en de speeltechniek. Partnerships bedachten rond 1891 vele conventionele signalen, waar de tegenpartij niet van op de hoogte werd gesteld. Hier waren ook nog geen regels over vastgesteld. Er werd fel over deze signalen gedebatteerd: mogen conventies geheim worden gehouden voor de tegenpartij?

De ondergang van Whist

In 1893 werd een nieuw kaartspel dat op Whist was gebaseerd in New York geïntroduceerd. Een jaar later was London aan de beurt. Dit kaartspel werd Bridge genoemd. Tegenwoordig wordt deze oervorm van Bridge met Bridge Whist aangeduid om het te onderscheiden van de twee latere varianten. Bridge Whist verdrong vrijwel meteen het Whist op de herenclubs en voor 1900 werd Bridge Whist het favoriete tijdverdrijf van de Beau Monde. Het grote verschil tussen Whist en Bridge Whist was dat bij Bridge Whist de leider of zijn partner mocht kiezen wat troef werd nadat zij elkaars kaarten hadden bekeken. Ze konden er ook voor kiezen om zonder troef te spelen. Nadat ze een keuze hadden gemaakt werd een van de twee handen open op tafel gelegd. Deze open hand werd de dummy genoemd… Er werd een andere manier van scoreberekening gehanteerd en er kon vanaf nu worden gedoubleerd en geredoubleerd ad infinitum (de meeste clubs zetten hier een limiet op).

Bridge Whist was echter geen lang leven beschoren. In 1904 kreeg het geduchte concurrentie van Auction Bridge, dat het meest populaire kaartspel in de wereld werd tussen 1907-1928. Bij Auction Bridge konden alle vier de spelers bieden en zelf de troefkleur bepalen. De odd tricks telden mee voor de manche, of de manche nou werd geboden of niet. De hoogste bieder of zijn partner (en dus niet de gever) werd leider en de dummyhand werd open op tafel gelegd. De regels van het Auction Bridge veranderden aan de lopende band.

Auction Bridge had minstens 15 miljoen aanhangers totdat ook zij van haar troon werd gestoten in 1930 door het Contract Bridge. Dit Contract Bridge is het Bridge dat wij tegenwoordig nog steeds spelen.

Samenvatting

Whist begon als een klein, ‘onschuldig’ kaartspel in Engeland en ontwikkelde zich gaandeweg in een complex kaartspel met ongekende mogelijkheden. Een kaartspel van calculatie, observatie en positie. Er waren vier belangrijke stappen in de ontwikkeling van Whist, vier verschillende vormen van Whist in ontwikkeling. Alle varianten bleven bewaard en werden gespeeld door de mensen die de voorkeur gaven aan hun eigen scorevariant. De toevoeging van een systeem met speeltechnieken zorgde ervoor dat een grotere groep mensen het spel begon te spelen. Rond 1900 werd Bridge Whist een sociaal spel, doordat vrouwen het fanatiek begonnen te spelen. In Engeland werd er bij Whist altijd om geld gespeeld in tegenstelling tot Amerika. De Engelsen waren conservatief t.o.v. veranderingen in de spelregels waar de progressieve Amerikanen geen moeite mee hadden. Short Whist was in Engeland zeer populair en spannend, doordat de geluksfactor van doorslaggevend belang was. Gokkers hadden een aversie tegen vaardigheden en speeltechniek. De ethische kwesties en verhitte discussies over de versluierde signalen in Amerika stonden de Engelsen tegen.

Partnership Whist is nog altijd populair in het Verenigd Koninkrijk. Het wordt gespeeld als een ontspannen wedstrijd om geld in te zamelen voor goede doelen. Deze ontspannen wedstrijden voor het goede doel worden Whistdrives genoemd. Voor de troefhonneurs worden geen punten gerekend en er wordt geen kaart gedraaid om troef te bepalen. De troefkleur wordt cyclisch bepaald: eerst harten, dan ruiten, vervolgens schoppen en tenslotte klaveren (eventueel nog aangevuld met zonder troef). Er wordt een vooraf bepaald aantal spellen gespeeld en alle punten worden bij elkaar opgeteld voor een einduitslag.

Gevleugelde uitspraken

James Clay

James Clay

“Whist is zowel een wetenschap als een kunst. Een wetenschap omdat haar fundament rust op puur wetenschappelijke grondbeginselen; op de wiskundige leer der kansberekening en op wetenschappelijke redeneringen die erop gericht zijn haar toe te passen. Een kunst omdat het kennis, oefening, beoordeling en vaardigheid vergt om het te kunnen spelen. Om er in uit te blinken, heb je een combinatie van beide nodig. Beide moeten dus worden geleerd. De wetenschap die je de grondbeginselen bijbrengt, zodat je je verder kunt ontwikkelen. De kunst die je vertelt hoe je deze grondbeginselen in jouw voordeel kunt gebruiken.” – William Pole

“Whist is een taal en iedere gespeelde kaart is een verstaanbare zin.” – James Clay

“Let op wat er op tafel gebeurt; daar wordt het spel gespeeld, de strijd gevochten. Eindeloos naar je eigen hand zitten staren tijdens het spel doet denken aan de ijdele waanzin van een pronkzieke generaal die de riemen van zijn regiment inspecteert terwijl ze worden neergeschoten door de fluitende kogels van de vijand.” – Lt. Kol. Blyth

Bronnen:

  • The Evolution of Whist (1895) – William Pole ‘The Philospher of Whist’
  • The Card Players Manual: Comprising Whist, Loo and Cribbage… and all the round games (1876) – George Frederick Pardon
  • The Whist Reference Book (1899) – William Mill Butler
  • English Whist and English Whist Players (1894) – William Prideaux Courtney
  • The Whist-player: The laws and practice of Short Whist (1858) – Luitenant-Kolonel Augustus Frederick Blyth
  • Short Whist: its rise, progress and laws (1834) – Charles Barwell Coles
  • The Compleat Gamester (1674) – Charles Cotton
  • Foster’s Duplicate Whist (1896) – Robert Frederick Foster
  • Duplicate Whist by John T. Mitchell (1891 en 1897) – John Templeton Mitchell
  • California Digital Newspaper Collection
  • Delpher.nl