Alexandre Deschappelles

Alexandre-Louis-Honoré ‘Guillaume’ Lebreton Deschapelles 1780-1847

Alexandre Deschappelles

Alexandre Deschappelles

Alexandre Deschapelles werd geboren in Ville-d’Avray vlakbij Versailles als een jongetje van het adellijk geslacht. Zoals het in die kringen gebruikelijk is, was hij voor de militaire dienst bestemd. Hij zat nog maar net op de beroemde militaire school van Brienne toen zij werd opgeheven. In de tussentijd was zijn gehele familie uitgeweken en de jonge Deschapelles nam toen maar dienst als gewoon soldaat onder generaal Custine.

In de Slag bij Fleurus (1794) verloor hij zijn rechterhand vanaf de pols. Een Pruisische sabel maakte hardhandig kennis met zijn schedel en al hevig bloedend werd hij, naar eigen zeggen, vervolgens vertrapt onder de hoeven van de Pruisische paarden. Wonder boven wonder overleefde Deschapelles, maar zijn militaire carrière was ten einde. Bij de capitulatie van Bailén (1808) viel hij in handen van de Spanjaarden. Op miraculeuze wijze wist hij echter te ontvluchten tijdens zijn internering op een ponton in Cadiz.

Zijn laatste militaire daad was tijdens de Honderd Dagen in 1815 toen hij het verzet tegen de bondgenoten in het oosten van Frankrijk organiseerde. Napoleon I verleende hem daarvoor de titel van generaal. De ineenstorting van de Napoleontische heerschappij na de verloren Slag bij Waterloo beroofde hem van alle inkomsten en het enige dat hij mocht behouden was zijn titel. De ‘eenarmige generaal’ of de ‘100-dagen-generaal’ kreeg nu volop de tijd om zich aan een aantal liefhebberijen te wagen: Pools dammen, schaken, whist, backgammon en blufpoker….

Tussen 1815-1830 was Deschapelles de sterkste biljarter, dammer en schaker van de wereld en in latere jaren, tot aan zijn dood in 1847, de beste Whistspeler aller tijden. Whist, een gokspel van geluk en vaardigheden en de grote voorganger van Bridge, was hem op het lijf geschreven. Het lucratieve kaartspel voorzag ruimschoots in zijn levensonderhoud, omdat vele welvarende spelers zoals Lord Granville graag een (duur) gokje waagden in Whist. Met Deschapelles aan tafel was dat de kat op het spek binden. Ondanks het gemis van zijn rechterhand biljartte hij met soepelheid en schudde hij de Whistkaarten met groot gemak…

Generaal Eén-arm

Generaal Eén-arm

Deschapelles was een aristocratische dilettant, een professioneel gokker, een Pietje-precies bij het schaken en een revolutionaire republikein. In 1832 werd ‘de eenarmige bandiet’ gearresteerd en vastgezet op verdenking van het aanzetten tot een revolutie om de regering omver te werpen. Zijn flamboyante persoonlijkheid, zijn bravoure en onbezonnen acties, zijn ongelooflijke vechtersmentaliteit, zijn fenomenaal spelinzicht en zijn memorabele gevechten op het slag- en speelveld doen denken aan de heroïsche avonturen van Baron von Münchausen. Hij vroeg zelfs om de guillotine voor een verschrikkelijk slechte Franse whistspeler! De laatste fase van zijn leven wijdde hij aan de groente- en fruitteelt in zijn tuin. Zijn meloenen wonnen verschillende prijzen en werden geserveerd aan tafel van koning Louis Philippe

Deschapelles wilde niet dat zijn schaakpartijen werden opgeschreven, want ‘partijen zijn spiegels’. Er mochten geen portretten of schilderijen van hem worden gemaakt en hij wilde als een eenvoudig man worden begraven en vergeten worden. Compleet in tegenstelling tot zijn karakter: “Deschapelles was een zeldzaam strijdbare figuur van een ongelooflijke vitaliteit, wiens ijdelheid echter geen grenzen kende. Hij weigerde een schaakpartij te spelen met gelijk aantal stukken. Zijn tegenstander moest een voorgift accepteren, zelfs de sterkste Engelse schakers die naar Parijs kwamen. Hij gaf meestal een of twee pionnen cadeau en zijn tegenstander mocht beginnen”. Toen hij zijn leerling Labourdonnais niet meer kon verslaan, stopte hij direct met schaken om zich toe te leggen op het Whist en met zeer groot succes. Tot zijn dood was Whist zijn broodheer…

Deschapelles moest niets hebben van de dam- en schaaktheorie. Hij speelde een paar (verloren) oefenpotjes tegen de sterkste spelers, bestudeerde de mechanieken en dynamieken van de denkspellen en versloeg daarna de experts met speels gemak. Schaken had hij naar eigen zeggen na vier dagen volledig onder de knie. Hij had een groot combinatietalent en een groot kaartgevoel. Hij was de architect van verschillende winnende speeltechnieken (coups) en zijn finesses waren fenomenaal. De Deschapelles Coup en de Grand Coup werden voor het eerst door hem toegepast aan tafel. Ook in de Bath Coup schijnt hij een (linker)hand te hebben gehad. Deze coups behoort elke bridgespeler te kennen, want ze komen regelmatig voor aan de bridgetafel…

Over Deschapelles werd gezegd:

  • Hij is de grootste schaker van Frankrijk
  • Hij is de grootste whistspeler van Frankrijk
  • Hij is de grootste biljarter van Frankrijk
  • Hij is de grootste pompoenteler van Frankrijk
  • Hij is de grootste leugenaar van Frankrijk